loader icon
Prenatale screening

Prenatale screening is onderzoek tijdens de zwangerschap bedoeld om eventuele complicaties, ziekten en aandoeningen vroegtijdig op te sporen. Jullie kunnen kiezen voor prenatale screening op down-, edwards-, en patausyndroom en het structureel echoscopisch onderzoek (SEO of 20 weken echo). Het doel hiervan is om zo spoedig mogelijk met een behandeling te beginnen of vervolgopties te bespreken. Hieronder volgt een korte samenvatting van de verschillende screeningmethoden. Rond de 11 weken zwangerschap zullen we (mits hier behoefte aan is) de screening uitgebreid bespreken. Het wel of niet kiezen voor prenatale screening is namelijk een persoonlijke keus en niet verplicht.

Als eerste test kunnen jullie kiezen uit twee verschillende testen. Jullie kunnen kiezen voor:

· De combinatietest: Dit is een test die bestaat uit een bloedonderzoek en een echo. De combinatietest berekent hoe groot de kans is dat jullie kind het down-, edward- of patausyndroom heeft.

· De NIPT: Dit is alleen een bloedonderzoek en kan vanaf 11 weken zwangerschap.

Vanaf 1 april 2017 kunnen jullie ook kiezen voor de NIPT, maar dit kan alleen als jullie ook meedoen aan een wetenschappelijke studie, de TRIDENT-2 studie. De reden hiervoor is dat de minister in Nederland wil laten onderzoeken hoe we in Nederland de NIPT zo goed mogelijk kunnen aanbieden en wat vrouwen vinden van de NIPT. In het buitenland is namelijk al meer ervaring met de NIPT en daar is gebleken dat het een betrouwbare test is. Als jullie kiezen voor de NIPT dan geven jullie ook toestemming dat onderzoekers de gegevens mogen gebruiken.

NT-meting/combinatietest

Onderzoek naar de individuele kans op een kind met downsyndroom wordt gedaan met de combinatietest. De test bestaat uit bloedonderzoek en een echoscopische meting van de nekplooi van het kind. Ook de leeftijd van de zwangere speelt een rol bij deze berekening. De test geeft buiten de individuele kans op het syndroom van down ook individuele kansen van twee andere syndromen, namelijk het patau- en edwardssyndroom. Wanneer sprake is van een kans gelijk aan of groter dan 1:200 kun je kiezen voor vervolgonderzoek. Het vervolgonderzoek bestaat uit de NIPT (Trident-1 studie), een vlokkentest of een vruchtwaterpunctie.

NIPT

De NIPT test wordt ook wel niet invasieve prenatale test genoemd. Tijdens de NIPT wordt er bij de zwangere bloed afgenomen uit de arm. Uit dit bloed zoekt men cellen afkomstig van de placenta waaruit ze DNA van het kind kunnen bepalen. De NIPT geeft informatie over de aanwezigheid van het Down- Patau- en Edwardssyndroom. De uitslag van het onderzoek duurt tussen de 10 en 15 dagen. De test kan worden uitgevoerd vanaf 11 weken zwangerschap. Gunstig is dat het géén verhoogd risico geeft op een miskraam. Daarentegen geeft de NIPT geen 100% zekerheid, maar de NIPT geeft wel meer zekerheid dan een combinatietest. Bij een afwijkende uitslag is daarom wel invasieve diagnostiek (vlokkentest of vruchtwaterpunctie) nodig ter bevestiging, wanneer je als zwangere zekerheid wilt of wanneer je overweegt de zwangerschap te beëindigen bij een afwijkende uitslag. Bij een gunstige uitslag wordt geen invasieve diagnostiek geadviseerd. De kans dat het kind toch een afwijking heeft is heel klein (< 1:1000). Bij ongeveer 3% van de vrouwen mislukt de test. De test kan dan worden herhaald op een later tijdstip of er kan gekozen worden voor een combinatietest, vlokkentest of vruchtwaterpunctie. Op www.onderzoekvanmijnongeborenkind.nl kunnen jullie meer lezen over de bovenstaande onderzoeken. Tevens kan deze site jullie helpen om deze keus te maken.


Vlokkentest

Bij een zwangerschapsduur van 11 tot 13 weken wordt langs vaginale weg of via de buikwand wat weefsel van de placenta (moederkoek) weggehaald. Langs de vaginale weg gebruikt men een dunne katheter die opgeschoven wordt tot de plaats waar de placenta zich ontwikkeld tussen de vliezen en baarmoederwand. Via de buikwand gebruikt men een naald om bij de placenta te komen. Bij beide methoden wordt echoscopie gebruikt. Uit het weggehaalde weefsel kan met zekerheid worden vastgesteld of het kind wel of geen downsyndroom heeft. De uitslag van het onderzoek duurt ongeveer twee weken. Let wel, iedere test heeft een klein percentage fout-negatief en fout-positieve resultaten. Dit houdt in dat er een kleine kans bestaat dat een kind toch het syndroom heeft terwijl de test aangaf dat dit niet het geval was. Of een kind dat gezond is terwijl de test aangaf dat het kind het syndroom zou hebben. Bij de invasieve diagnostiek (vlokkentest en vruchtwaterpunctie) bestaat een kleine kans op een miskraam door het onderzoek zelf. Dit komt voor bij 3 tot 5 op de 1000 onderzoeken. Bij een ongunstige uitslag zal de gynaecoloog de vervolgopties bespreken.


Vruchtwaterpunctie

Vruchtwateronderzoek wordt uitgevoerd vanaf 16 weken zwangerschap. Bij het onderzoek haalt men met een naald via de buikwand wat vruchtwater weg op geleide van echoscopie. In het vruchtwater zitten lichaamscellen van het kindje die onderzocht worden op afwijkingen bij het kind. De vruchtwaterpunctie kan ook leiden tot de diagnose van buikwanddefecten of een open ruggetje.